Wanneer een toom (groep braadkippen) positief test op SE of ST, moet het slachthuis de Europese voorschriften toepassen. Het vlees kan dan niet meer als vers pluimveevlees worden verhandeld, maar moet een behandeling ondergaan die de voedselveiligheid garandeert. Deze maatregelen beschermen de volksgezondheid en hebben tegelijk een belangrijke economische impact voor de pluimveehouder.
Bij een herbesmetting gelden bijkomende maatregelen. Na een eerste positieve SE/ST-toom moeten zowel de wettelijke maatregelen als de bepalingen van het Belplume lastenboek worden nageleefd. Na een grondige reiniging en ontsmetting van de stal volgt een periode van leegstand.
Daarna wordt met een hygiënogram gecontroleerd of de stal voldoende schoon is. Vervolgens wordt via een swabcontrole nagegaan of er geen Salmonella meer aanwezig is. Pas wanneer deze controle een negatief resultaat oplevert, mag een nieuwe toom worden opgezet. D.w.z. dat een nieuwe groep ééndagskuikens in de stal mag worden geplaatst.
Opgelet: wanneer binnen zes opeenvolgende rondes vier besmettingen worden vastgesteld, komt het bedrijf niet langer in aanmerking voor een vergoeding vanuit het fonds.
Heb je vragen over het IFS of de voorwaarden voor deelname?