InterventieFonds Salmonella (IFS)


Salmonella is een bacterie die zowel mensen als dieren kan besmetten. Bij de mens kan ze voedselvergiftiging veroorzaken, meestal na de consumptie van besmette voedingsmiddelen zoals onvoldoende verhit pluimvee- en varkensvlees, chocolade of eieren. Ook dieren zelf kunnen besmet geraken met Salmonella. 

Niet alle Salmonella-bacteriën vormen hetzelfde risico. Er bestaan meer dan 2.500 verschillende serotypes, maar slechts een beperkt aantal vormen een risico voor de volksgezondheid. Deze worden zoönotische Salmonella-types genoemd, omdat ze overdraagbaar zijn van dier op mens. Voor braadkippen zijn dit Salmonella Enteritidis (SE) en Salmonella Typhimurium (ST). Daarom richten Europese bestrijdingsprogramma's zich op deze serotypes.


Wanneer een toom (groep braadkippen) positief test op SE of ST, moet het slachthuis de Europese voorschriften toepassen. Het vlees kan dan niet meer als vers pluimveevlees worden verhandeld, maar moet een behandeling ondergaan die de voedselveiligheid garandeert. Deze maatregelen beschermen de volksgezondheid en hebben tegelijk een belangrijke economische impact voor de pluimveehouder.

Voedselveiligheid als gedeelde verantwoordelijkheid

Het InterventieFonds Salmonella maakt deel uit van de brede inspanningen van de Belgische pluimvee- en diervoedersector om de voedselveiligheid te waarborgen. Door preventie, monitoring en een snelle opvolging van besmettingen helpt het fonds de voedselveiligheid te versterken én het vertrouwen in Belgisch pluimveevlees te behouden.

Wat doet het IFS?


Om pluimveehouders te ondersteunen bij de financiële gevolgen van een besmetting met SE/ST, richtte BFA het InterventieFonds Salmonella (IFS) op. Zo kunnen braadkippenhouders - die via hun diervoederfabrikant aangesloten zijn bij het IFS - onder bepaalde voorwaarden een vergoeding ontvangen wanneer een toom positief wordt bevonden. Het IFS is een solidariteitssysteem dat diervoederbedrijven, broeierijen, slachthuizen en pluimveehouders samenbrengt om de impact van een besmetting op te vangen en zo bij te dragen aan een veilige en veerkrachtige pluimveeketen.


DOWNLOAD FACTSHEET

Hoe werkt het IFS?


Na een positieve controle moeten de wettelijke maatregelen en de afspraken binnen het IFS worden gevolgd. De betrokken diervoederfabrikant meldt het dossier aan bij BFA via het formulier voor positieve gevallen, waarna wordt nagegaan of aan alle voorwaarden - zoals opgenomen in de overeenkomst - van het fonds is voldaan. Is het toom verzekerd, dan volgt er een evaluatie van het dossier. De uitbetaling gebeurd enkel als het dossier volledig is.


Wat gebeurt er na een herbesmetting?

Bij een herbesmetting gelden bijkomende maatregelen. Na een eerste positieve SE/ST-toom moeten zowel de wettelijke maatregelen als de bepalingen van het Belplume lastenboek worden nageleefd. Na een grondige reiniging en ontsmetting van de stal volgt een periode van leegstand.

Daarna wordt met een hygiënogram gecontroleerd of de stal voldoende schoon is. Vervolgens wordt via een swabcontrole nagegaan of er geen Salmonella meer aanwezig is. Pas wanneer deze controle een negatief resultaat oplevert, mag een nieuwe toom worden opgezet. D.w.z. dat een nieuwe groep ééndagskuikens in de stal mag worden geplaatst.

Opgelet: wanneer binnen zes opeenvolgende rondes vier besmettingen worden vastgesteld, komt het bedrijf niet langer in aanmerking voor een vergoeding vanuit het fonds.