Recherche

La recherche scientifique joue un rôle important dans le secteur des aliments composés pour animaux.

BFA s'engage dans de nombreux projets de recherche qui abordent des thèmes variés. Le secteur continue à soutenir l'optimisation de l'alimentation animale, contribue au développement de nouvelles technologies (d'alimentation) et aide à réfléchir à l'alimentation du futur.

Vous trouverez ci-dessous un aperçu non exhaustif des projets de recherche actuels soutenus par BFA.

Recherche duurzame melk
Recherche duurzame melk actif jusque 2030
Meer duurzame pluimveehouderij  | In samenwerking met ILVO, Proefbedrijf Pluimveehouderij en Innovatiesteunpunt Boerenbond

Het VLAIO project “Naar een meer duurzame pluimveehouderij via brongerichte vermindering van ammoniakemissie” (KUIKEMIS) loopt van 1 september 2018 tot 30 augustus 2022.

Het reduceren van ammoniakemissies gebeurt vaak door de zogenoemde ‘end-of-pipe-technieken’ die zorgen voor de opvang van reeds ontstane emissies. Het algemene doel van dit LA-traject is het aanleveren en implementeren van effectieve en efficiënte strategieën, om ammoniakemissies te reduceren door een brongerichte aanpak. Zo zal een meerwaarde gecreëerd worden niet enkel voor de omgeving, maar door optimalisatie van het stalklimaat ook voor de pluimveehouder en de dieren.

Dit vertaalt zich in volgende concrete doelstellingen:

  1. via sectoroverleg met 3 technische focusgroepen (voeder, inrichting en ventilatie) nagaan wat de haalbaarheid en gedragenheid is van strategieën bij pluimveehouders,
  2. identificeren van potentiële voeder-, inrichtings-, en ventilatiestrategieën om ammoniakvorming te reduceren aan de hand van emissiemetingen en bepaling van het stalklimaat, de strooiselkwaliteit en de prestaties en gezondheid van de dieren
  3. praktijkimplementatie van potentiële emissiearme strategieën,
  4. kennisoverdracht naar de brede pluimveesector en
  5. dienstverlening verstrekken aan de sector o.a via een vereenvoudigde meetmethode en de ontwerptool ter stimulatie van nieuwe innovaties.

De focus van dit project zal in eerste instantie gericht zijn op de vleeskuikensector, waarbij spill-over van de bekomen inzichten naar de leghennenhouderij mogelijk is.

Bron: ILVO
Happy Climate Milk (HappyCliMi) | Een project van Flanders' Food

Het reduceren van enterische emissies bij melkvee door voederstrategieën - Duurtijd: 1 januari 2021 - 31 december 2024

ILVO en UGent onderzoeken het methaanreducerend vermogen van verschillende veevoederingrediënten of -additieven. Het terugdringen van broeikasgasemissies, in de context van klimaatopwarming, is namelijk een grote uitdaging voor de melkveehouderij en de zuivelindustrie. Binnen het project zal men een antwoord trachten te vinden op de vraag ‘Hoe kunnen enterische methaanemissies gereduceerd worden door het rantsoen van melkvee aan te passen?’

Onder leiding van Prof. Veerle Fievez, UGent, zullen grondstoffen of specifieke componenten in vitro gescreend worden op hun acuut methaanreducerend potentieel. Van de componenten met een hoog reducerend potentieel wordt het achterliggend werkingsmechanisme onderzocht en hun mogelijke werkzaamheid op langere termijn via in vitro technieken. Met deze resultaten kunnen veevoederproducenten gericht een traject starten om nieuwe producten en voeders op de markt te brengen. Validatie en commercialisatie maken deel uit van vervolgtrajecten (bedrijfsprojecten). Agrovoedingsbedrijven met nevenstromen krijgen hierdoor mogelijks een nieuwe afzetmarkt of valorisatie. Koolzaadschroot en bierdraf hebben alvast een bewezen effect, maar via in vitro testen wil men de kennis uitbreiden om de toepassing in de praktijk te kunnen verbreden.

Voor de effectieve communicatie, implementatie en valorisatie van de resultaten uit dit project bij melkveebedrijven zal Flanders’ FOOD nauw samenwerken met Innovatiesteunpunt Boerenbond. Zij zullen contact leggen met commerciële melkveebedrijven, nieuwe voederstrategieën implementeren in bestaande communicatie en tools (zoals het Klimaattraject ontwikkeld in het kader van het VLAIO-project ‘Klimrek’). Op basis van die tools zal Innovatiesteunpunt melkveebedrijven begeleiden naar een klimaatvriendelijker bedrijfsbeleid dankzij voedermaatregelen en de impact hiervan ook economisch doorrekenen. BFA zal deel uitmaken van het begeleidingscomité.

Duurzamere zuivel België |  

In opdracht van de Nederlandse organisatie Stichting MilieuKeur (SMK) werd een project "Duurzamere zuivel België" opgestart.

In Nederland werkt de melkveesector sinds 2018 immers met het certificatieschema "on the way to planetproof".

Dit project heeft als doel de uitbreiding van het Nederlandse certificatieschema voor België te onderzoeken: haalbaarheid, risico’s, mogelijkheid tot borging, toepassing op melkveebedrijven, optie tot digitalisering, … Verschillende aspecten komen hierbij aan bod: biodiversiteit, klimaat, diergezondheid en dierenwelzijn. Specifieke vereisten m.b.t. mengvoeders komen voorlopig niet aan bod.

OPTIPLUIM | Een VLAIO project

Optimale teelt van eiwithoudende gewassen voor pluimveevoeding | Duurtijd 4 jaar (mogelijks met 2 jaar verlenging)

In dit VLAIO-traject OPTIPLUIM zal kennis opgebouwd worden rond de optimale teelt van eiwithoudende gewassen voor pluimveevoeding. In de zoektocht naar lokale eiwitbronnen voor veevoeders komen vlinderbloemigen in mengteelt met granen sterk in beeld. Anti-nutritionele factoren in droge bonen kunnen evenwel nadelige effecten hebben op de prestaties van leghennen en vleeskippen. Daarom zullen verwerkingstechnieken als kuilfermentatie, extrusie en toasten geoptimaliseerd worden tijdens dit traject. Ook de valorisatie van gewasresten (na oogst van de zaden) door fermentatie zal onderzocht worden. Precisievoeding zal worden toegepast om de prestaties, de darmgezondheid en het welzijn van leghennen en vleeskippen te verbeteren. De economische en milieu-impact van deze alternatieve eiwitstrategieën zal worden berekend via levenscyclusanalyses. Dit onderzoeksproject kadert mooi binnen het actieplan alternatieve eiwitbronnen, opgesteld door BFA samen met de Vlaamse overheid.

WP 1: Verfijning van de teelttechnieken voor vlinderbloemigen in mengteelten met granen (conventioneel en bio). Er werd geopteerd voor tarwe x veldboon, triticale x veldboon, triticale x voedererwt en gerst x voedererwt, in verschillende zaaidichtheden. Waarnemingen zullen gebeuren voor en tijdens het groeiseizoen (invloed bodem, weersomstandigheden, …) en na de oogst (opbrengst, anti-nutritionele factoren en eiwitgehalte).

WP 2: Verwerkingstechnieken voor vlinderbloemigen in mengteelten met granen, i.e. inkuilen, toasten, expanderen/extruderen, met als doel de anti-nutritionele factoren te reduceren. Een bijkomende onderzoeksvraag betreft het al dan niet scheiden van de granen en erwten/veldbonen voor de verwerking. Ook de valorisatie van de gewasresten d.m.v. aërobe fermentatie met witrotschimmels zal worden onderzocht.

WP 3: Bepalen van de eiwitverteerbaarheid en de relatie van de voedersamenstelling op de prestaties en de vlees- en eikwaliteit.

WP 4: Karakterisering en implementatie van concepten en strategieën op praktijkbedrijven en levenscyclusanalyse van de rantsoenen.

WP 5: Kennisdisseminatie via demonstraties, seminaries, technische fiches en (wetenschappelijke) artikels.

Bron: ILVO
Roadmap Project

In 2020 ging het Europees project ROADMAP van start. De naam van dit project geeft al een mooie samenvatting van de algemene doelstelling ervan: ‘Rethinking Of Antimicrobial Decision-systems in the Management of Animal Production’ ofwel ‘Herdenken van Antibacteriële Besluitvormingssystemen in het Beheer van Dierlijke Productie’. ROADMAP wil de overstap naar een verantwoord gebruik van antibiotica in de dierlijke productie bevorderen, om zo de selectie en verspreiding van antibioticaresistentie in te dijken. Het project zal dit verwezenlijken door de bestaande beslissingssystemen voor gebruik van antibiotica en het huidige dierengezondheidsbeleid te herbekijken, mogelijkheden uit te denken en deze uit te testen om het antibioticagebruik binnen de dierlijke productie te veranderen.

Omdat heel wat factoren een rol spelen in het gebruik van antibiotica, zet ROADMAP in op een interdisciplinaire samenwerking tussen de verschillende schakels van de voedselketen én de sociale, economische en diergeneeskundige wetenschappen. Verder wil ROADMAP kennisuitwisseling en verandering stimuleren door duurzame en toepasbare oplossingen aan te bieden. Binnen ROADMAP werken DGZ en ILVO case-studies uit voor de Vlaamse varkens- en vleeskalverhouderij, dit binnen ‘Living Labs’. BFA maakt hier onderdeel van uit voor de varkens.

Sojavrije varkens en kippen | Start 1/4/2021 - duurtijd 2 jaar

In dit project willen we aantonen dat alternatieven voor sojabonen en -schroot aanwezig zijn in Europa en dat deze potentieel bieden als alternatieve eiwitbron in varkens- en kippenvoeders. Ook het financiële wordt onderzocht. Er wordt nagegaan of er hierrond een rendabel productieverhaal kan worden gebouwd. Dit zal worden gedemonstreerd middels een sojavrije kippen- en varkensproductie.

Op basis van intensief overleg met de veevoederfabrikanten zal worden nagegaan wat de beste strategie is om een voeder te formuleren, gebruik makende van de in Europa beschikbare eiwitrijke grondstoffen. Dit zonder daarbij de goede praktijkresultaten uit het oog te verliezen. Dit sojavrij voeder zal worden gedemonstreerd bij de productie van vleeskippen en –varkens. De impact van een sojavrij voeder op de dierprestaties, de carbon footprint en de kostprijs per kg vlees wordt eveneens berekend. Op basis van deze info zal er in overleg getreden worden met varkens- en pluimveehouders om te tonen welke meerwaarde ze kunnen creëren rond het insluiten van alternatieve eiwitbronnen. Ook de akkerbouwers zullen worden ingelicht over de meest beloftevolle eiwitgewassen en welke kosten de productie ervan met zich meebrengt.

Verbeteren van weerbaarheid van de West-Vlaamse varkensbedrijven en hun varkenshouders | Startdatum 1/1/2021 - duurtijd 1,5 jaar

Met de juiste bioveiligheidsmaatregelen voorkom je insleep van ziektes én verhoog je de gezondheidsstatus van varkens. Dat resulteert in betere technische prestaties en bijgevolg ook betere economische prestaties. Het vraagt soms creativiteit om oplossingen te vinden die passen binnen de werking van het varkensbedrijf. Daarom startten Boerenbond, DGZ en Inagro begin 2021 twee nieuwe LEADER-projecten om varkenshouders te helpen met de praktische implementatie van bioveiligheid. Het ene project focust op de regio Midden-West-Vlaanderen, het andere op de Westhoek.

Er zijn drie grote actiepunten:

  • workshops en individuele begeleiding organiseren voor varkenshouders;
  • de communicatieve en mentale weerbaarheid van varkenshouders verhogen zodat ze de bioveiligheidsregels op hun bedrijf beter kunnen overbrengen;
  • sectoradviseurs ondersteunen in het toepassen van de bioveiligheidsvoorschriften.


BFA zetelt in de stuurgroep van het project voor het geven van praktische input én de aansluiting op het BFA bioveiligheidsprotocol.

Lupinex: Onderzoek naar de blootstelling aan chinolizidine-alkaloïden en phomopsines door de consumptie van producten met lupines | Startdatum 1/9/2021 - duurtijd 2 jaar


Lupinen en afgeleide producten worden in onze agrovoedselketen gebruikt als waardevolle, alternatieve eiwitbron. In de diervoedersector is men op zoek naar alternatieven voor soja, waarvan het gebruik vanuit duurzaamheidsperspectief onder druk staat. Voor levensmiddelen zien we een wijzigend consumptiepatroon met een duidelijke verschuiving naar plantaardige eiwitten, in dit kader kunnen lupine en afgeleiden een nuttig alternatief zijn. Vanuit EFSA (2012) en EFSA (2019) is er een toenemende bezorgdheid naar de aanwezigheid van phomopsines (PHO) en chinolizidine-alkaloïden (CA) in lupinen en hun afgeleide diervoeders of levensmiddelen. Dit projectvoorstel project beoogt een farm-to-fork aanpak voor het identificeren van het voorkomen van lupine en -afgeleiden.

In een eerste fase wordt nagegaan welke producten op de Belgische markt lupine of -afgeleiden ervan bevatten, dit betreft zowel producten voor menselijke als voor dierlijke consumptie, om tot een representatief staalnameplan te komen. Er is momenteel geen zekerheid of dierlijke producten afkomstig van dieren gevoederd met lupine, PHO of CA bevatten. Dit aspect zal onderzocht worden door samenwerking met diervoeder- en landbouwbedrijven om traceerbare dierlijke producten (oa. kalfsvlees, melk) te bemonsteren, afkomstig van dieren gevoederd met lupine of lupinefracties (ca. 80 stalen).

Een multi-analysemethode zal worden ontwikkeld en gevalideerd die moet toelaten om representatieve stalen van relevante levensmiddelen en diervoeders, aanwezig op de Belgische markt, te analyseren op de aanwezigheid en kwantificatie van PHO en CA, rekening houdend met beschikbare standaarden en detectielimieten. Er wordt voorzien om ca. 400 stalen verdeeld over diverse productcategorieën te analyseren. Deze databank, aangevuld met een eigen opgezette food frequency questionnaire om consumptiedata te hebben voor de Belgische bevolking inzake levensmiddelen, die lupine en afgeleiden bevat, moet ons in de mogelijkheid stellen om een blootstellingsinschatting te doen voor de Belgische bevolking voor CA en PHO.

Valorisatie minerale stikstof | Startdatum 1/1/2022 - duurtijd 8 maanden

Uit de mest(kelders) in varkens- en kippenstallen verdampen partikels ammoniak – een vluchtige stikstofverbinding. Wanneer er vervuilde stallucht vrij naar buiten vliegt draagt de veehouderij bij aan de stikstofneerslag op natuurgebieden. In moderne stallen wordt vandaag (wettelijk verplicht) de stikstof voor het grootste deel uit de stallucht gefilterd door een luchtwasinstallatie. De nieuwste stalconcepten combineren deze luchtwassing met systemen die het ontstaan van de dampen tegengaan. Helemaal nieuw echter zijn wetenschappelijke ideeën over een mogelijk interessant hergebruik van de afgevangen stikstof, via fermentatie.

Gevangen stikstof als groeimedium in fermentor

Tot nu toe gebruikt men de stikstof opgevangen in luchtwassers rechtstreeks als minerale meststof. De nieuwere denkpiste is dat deze stikstof ook als groeimedium voor nuttige bacteriën kan dienen in een gecontroleerd fermentatieproces. Het resultaat is dan een  microbiële biomassa (‘single cell protein’) die vervolgens in aanmerking komt voor hoogwaardigere toepassingen.

Er zijn echter nog technische vraagtekens bij dat proces. Welke andere voedingsstoffen hebben de bacteriën in de fermentor nodig om te groeien, en komen goedkope reststromen uit de voedings- of chemische industrie hiervoor in aanmerking? ILVO gaat ook inschatten hoeveel extra verwerking en energie nodig is om tot bruikbare biomassa te komen, en welke hordes een potentiële verwerker moet nemen voor hij het eindproduct op de markt krijgt. 

Omvorming tot organische meststof

Er is veel vraag naar traag werkende, organische meststoffen. Zij kunnen immers ook het organische koolstofgehalte in de bodem verhogen, de bodemkwaliteit verbeteren en het bodemleven stimuleren. Microbiële biomassa uit de fermentatie van stikstof heeft dit potentieel en zou dus voor een stuk de dalende beschikbaarheid van bloedmeel en hoornmeel kunnen opvangen. Maar ook hier rijzen vragen:  Wat zijn de voor- en nadelen van deze nieuwe organische meststof, bv. ten opzichte van bestaande meststoffen? En is toepassing in de praktijk op korte termijn haalbaar binnen de bestaande regelgeving?

Omvorming tot eiwit voor diervoeder

De eiwitbron in voeders voor varkens, pluimvee en rundvee moet een juiste aminozuurbalans bevatten. Het klassieke sojaschroot scoort op dat vlak erg goed, maar het gebruik ervan staat onder druk door de link met grootschalige boskap in Zuid-Amerika. Er zijn nu aanwijzingen dat microbieel eiwit een evenwichtig en goed verteerbaar alternatief zou kunnen zijn, en daardoor het aandeel soja in voeders voor varkens en pluimvee (in mindere mate voor herkauwers) zou kunnen vervangen. Bovendien zou het mogelijk de immuniteit van dieren verhogen, waardoor het zou kunnen bijdragen aan de verdere antibioticareductie in de veehouderij. Ook hier zijn er echter nog vragen over de economische en de praktische haalbaarheid van opschaling en de regelgeving errond, naast pertinente vragen over de kwaliteit, stabiliteit en veiligheid van het microbiële eiwit in een evenwichtig rantsoen.

Zinvol?

De meest pertinente vraag is wellicht het totale plaatje: is het zinvol om stikstof op deze manier te gaan omzetten in andere moleculen? Levert het effectief  een win op voor milieu en klimaat? Om dat te beoordelen zal ILVO de milieu-impact van de nieuwe organische meststoffen en eiwitbronnen uit de microbiële biomassa inschatten in vergelijking met die van bestaande meststoffen en eiwitbronnen en alle bijbehorende productieprocessen, aan de hand van een levenscyclusanalyse.  

KLIMREK 

Klimaatmaatregelen mét Economische Kansen | Startdatum 1/9/2019 - duurtijd 4 jaar.  BFA is lid van gebruikersgroep sinds 1/1/2022

De belangrijkste doelstelling van dit project is om, met de steun en input van landbouwers en de voedingsindustrie, een economisch en ecologisch verbeter- of verduurzamingstraject, het klimaattraject, te ontwikkelen en te implementeren op de landbouwbedrijven. Dit traject bestaat uit een klimaatscan en een klimaatkoers en mondt uit in een klimaatvriendelijkere en/of -slimmere bedrijfsvoering.

De klimaatscan geeft de landbouwer inzicht in de klimaatimpact van zijn bedrijf én in het effect van potentiële klimaatmaatregelen op zijn bedrijf aan de hand van een afgeslankte versie van een levenscyclusanalyse (LCA) – dit is: gebaseerd op boekhoudkundige gegevens en aanvullende informatie, ingewonnen m.b.v. de klimaatconsulent. De klimaatscan brengt alle relevante input- en outputstromen in beeld en geeft een integraal impactprofiel van het bedrijf weer, zowel op vlak van milieu-impact als op bedrijfseconomisch vlak. Het is een praktisch bruikbare tool die een klimaatconsulent toepast op het bedrijf én die na implementatie de resultaten kwantificeert. Deze scan is de basis voor individuele gesprekken en groepsbegeleiding in een lerend netwerk, die samen de start en basis vormen van het individueel verbetertraject dat wordt opgestart: de klimaatkoers. Zo kunnen bedrijfsspecifieke maatregelen aangeboden worden en wordt de landbouwer begeleid naar implementatie. Dit proces zal jaarlijks herhaald worden om de evolutie van de bedrijven te schetsen. We werken klimaattrajecten uit voor de melkveesector, de varkenshouderij, en de akkerbouw met aardappelen in het teeltplan.

De beide onderdelen van het klimaattraject, de klimaatscan (kwantitatieve diagnostiek) en de klimaatkoers (begeleiding), moeten eerst grondig getest worden in de praktijk en a.d.h.v. feedback geoptimaliseerd en praktijkklaar gemaakt worden. De gevalideerde klimaatscan en -koers zijn pas beschikbaar in de tweede helft van de projectduur. De melkveehouderij kent een voorsprong en het gevalideerde klimaattraject voor de melkveehouderij is beschikbaar aan het einde van het eerste projectjaar. Tussentijdse resultaten worden ook al vroeger in het project aangewend door collectieve kennisoverdracht via onder meer het klimaatportaal.

Klimrek verschilt van bestaande initiatieven (bv. carbon footprint calculators) in zijn totaalaanpak: het evalueert ecologische en economische prestaties en schat economische haalbaarheid, vertrekt van levenscyclusanalyse en vermijdt probleemverschuivingen, beschouwt koolstofopslag, voorziet scenario analyses-op-maat en aanbevelingen tot aangepast bedrijfsbeheer, begeleidt t.e.m. implementatie, en voorziet een benchmarkset voor bedrijven en sectoren.

Optimaal speenmanagement | Demoproject 

Met partners Inagro, DGZ (Diergezondheidszorg Vlaanderen), Universiteit Gent en PVL (Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw).

Gerichte coaching naar een betere gezondheidsstatus

Spenen van biggen is een kritische periode die niet op elk bedrijf even vlot verloopt. Toch heeft een varkenshouder er alle baat bij om zijn biggen in de best mogelijke omstandigheden te spenen. Bigkwaliteit heeft niet alleen een belangrijke impact op de technische prestaties van het bedrijf, maar ook op de algemene gezondheidstoestand. Via dit demoproject willen er ingezet worden op het identificeren van de risicofactoren en verbeteren van de kritische punten bij spenen. Met als doel de speenperiode, die vaak moeilijk verloopt, te optimaliseren en met als einddoel de prestaties en de gezondheidsstatus van het bedrijf te verbeteren. Dit alles zonder gebruik te maken van preventieve antibiotica of therapeutische zinkoxide doseringen in het voeder.

Na uitgebreid literatuuronderzoek is er door DGZ en Inagro een speentool opgesteld die de kritische punten van de speenperiode identificeert en die gevalideerd is op bedrijven die reeds succesvol spenen zonder antibiotica. In deze speentool wordt niet enkel rekening gehouden met de handeling van het spenen zelf, maar ook met het uitgebreide management van de zeugen en biggen, de externe en interne bioveiligheid van het bedrijf, het voedermanagement, de drinkwaterkwaliteit en de huisvesting. Deze speentool zal gebruikt worden als start om aan te tonen waar de kritische werkpunten van het bedrijf liggen. Op basis van de uitkomst van de tool kan dan één kritisch werkpunt geïdentificeerd worden. Vervolgens worden aan dit werkpunt, in overleg met de varkenshouder, drie actiepunten gekoppeld met een deadline. Deze worden SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdsgebonden) geformuleerd en vervolgens opgevolgd. Nadien wordt de uitgevoerde actie geëvalueerd  en kan opnieuw gekeken worden waar het volgende kritische werkpunt ligt. Door herhalen van deze cyclus leert de veehouder zijn management kritisch te bekijken, te evalueren, aan te passen en opnieuw te evalueren. Dit principe zal onder begeleiding van de partners opgezet worden op 15 varkensbedrijven die aangeven hun speenmanagement te willen verbeteren.

Doorheen het volledige project zal frequent gecommuniceerd worden naar de volledige varkenssector. Hierbij benaderen we zowel de varkenshouders, maar ook dierenartsen en andere erfbetreders op een praktische en toegankelijke manier.

BFA zetelt in de projectgroep.

Bron: Inagro